Studentenraad TU Delft
Header

Volwaardige ingenieur wordt wegbezuinigd

January 17th, 2012 | Geplaatst door admin in Onderwijs | Onderwijsveranderingen | Studiesucces

Opinieartikel ORAS naar aanleiding van kwaliteitsdiscussie op de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek

Het kabinet maakt de nodige ontwikkeling van de toekomstige ingenieur onmogelijk

De discussie over de toekomstige kwaliteit van het onderwijs aan de TU Delft, naar aanleiding van conceptplannen van een faculteit is terecht, maar een detail. Men zou het allereerst moeten hebben over de onverantwoorde kabinetsplannen en de te grote druk die op de kwaliteit van de toekomstige ingenieur komt te staan, stelt ORAS, de grootste partij in de Studentenraad van de TU Delft.

Naar aanleiding van een persbericht van de Delftse studentenvakbond VSSD over het schrappen van vakinhoud aan de faculteit Lucht en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft, is er grote discussie ontstaan over de kwaliteit van de toekomstige ingenieur. Dit is terecht, want met het schrappen van vakinhoud moet zeer verantwoord worden omgegaan. Tot op zekere hoogte is het namelijk mogelijk om daadwerkelijk onbelangrijke of niet-essentiële stof te schrappen, zolang de kwaliteit onverminderd hoog blijft. Het is echter onacceptabel de vakinhoud puur vanuit financiële prikkels uit Den Haag te verminderen.

Ook decaan van de faculteit Lucht en Ruimtevaarttechniek Jacco Hoekstra schrijft dat hij de “politieke actie van de VSSD in de strijd tegen Halbe Zijlstra’s boetebeleid” in principe steunt. De berichten van de studentenvakbond waren in eerste instantie dan ook geadresseerd aan Zijlstra en dat zouden wij in deze discussie graag willen benadrukken. De kwaliteitsdiscussie die in heel universitair Nederland speelt, is namelijk voor het grootste deel het gevolg van het huidige onverantwoorde beleid van het kabinet.

Wat heet onverantwoord? Ten eerste, het kabinet bezuinigt het komend jaar in één keer 370 miljoen euro op onderwijs (vergelijkbaar met de totale jaarlijkse Rijksbijdrage aan de TU Delft) en wil dat de komende bezuinigingsronde weer doen. Ten tweede zijn er voor studenten steeds meer financiële prikkels om de studieduur in te perken. Zo worden ook studenten gepakt die bijvoorbeeld bestuurs- of commissiewerk vervullen, een jaar lang een succesvolle raceauto op zonne-energie (Nuna) bouwen of een stage volgen in het buitenland en daarbij helemaal geen onderwijs consumeren. Ten derde heeft het kabinet met het Hoofdlijnenakkoord de eerste stappen gezet om universiteiten af te rekenen op de studieduur van hun studenten, zodat er voor elke universiteit perverse prikkels ontstaan om voor het geld te kiezen in plaats van voor kwaliteit. Het is naïef om te denken dat dit geen invloed heeft op de kwaliteit van de opleidingen, zeker op het technisch onderwijs. Boris van der Ham stelt namelijk terecht in Kamervragen(1) aan Zijlstra dat technische opleidingen over het algemeen zwaarder zijn. Ook is dit te zien in de studieduur van de technische universiteiten, die alle drie in de top drie staan van de gemiddeld langste studieduur.

Door het huidige beleid van het kabinet komt de kwaliteit van de toekomstige ingenieur ontoelaatbaar onder druk te staan, juist nu de hoogste kwaliteit zo noodzakelijk is om daadwerkelijk een Nederlandse kenniseconomie op te bouwen en toekomstperspectieven te creëren voor een land in crisis. Hiervoor zijn ingenieurs nodig die zowel toponderwijs genoten hebben, als zich breed hebben ontwikkeld, zodat zij in de wetenschappelijke frontlinie van morgen leiderschap en innovatief denkvermogen kunnen tonen.

Het bedrijfsleven staat voor dergelijke ingenieurs al jaren in de rij, voor hen die zowel de ‘hard skills’ (keiharde kennis van techniek en analytische vaardigheden) als de ‘soft skills’ (communicatieve vaardigheden en leiderschap) bezitten. Zij laten weten studenten met name te waarderen om dergelijke ontplooiende activiteiten en niet zozeer om de snelheid waarmee zij hun studie hebben afgerond(2). Voor de ontwikkeling van soft skills zien wij als studentenraadspartij de gevolgen van het kabinetsbeleid al optreden. Animo voor deelname aan extra-curriculaire activiteiten neemt af, terwijl dit soort activiteiten buiten het standaard programma juist essentieel zijn voor het worden van een volwaardig ingenieur. Het blijft echter niet daarbij. Studenten blijven ook massaal afwezig bij kleinere activiteiten rondom hun studie. Neem een cursus Time Management, waarbij niemand kwam opdagen. Reden: studenten zijn te druk met studeren.

De huidige druk op de kwaliteit van de opleidingen en de mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkelingen is te groot. Grote veranderingen in het beleid van het kabinet zijn nodig om de kwaliteit van onze toekomstige ingenieurs te behouden en daadwerkelijk te handelen naar het bouwen van een sterke Nederlandse kenniseconomie. De breed ontwikkelde topingenieur van morgen wordt namelijk vandaag opgeleid.


(1) Kamervragen Boris van der Ham, 2012Z00086

(2) De meerwaarde van ontplooiing voor de Delftse student, DO-onderzoek 2011

Je kan de reacties op deze post volgen via RSS 2.0 Je kan zelf reageren, of een trackback plaatsen.