Studentenraad TU Delft
Header

Masterselectie

February 19th, 2016 | Geplaatst door Noortje van Wageningen in Masters | Onderwijsveranderingen

testingOp 1 september 2014 is met een wetswijziging de “doorstroommaster” landelijk afgeschaft.  Een doorstroommaster was een master waarbij een diploma van een corresponderende bacheloropleiding direct toegang geeft tot de desbetreffende master. Het verdwijnen van de doorstroommaster geeft universiteiten de mogelijkheid selectie toe te passen voor alle masteropleidingen.

Voorheen waren er ook “normale” masteropleidingen, waar al wel toegangseisen voor konden worden gesteld. Nagenoeg alle masters aan de TU Delft waren echter vóór september 2014 zogenaamde “doorstroommasters”. In feite kregen alle masters vanaf 2014 de “normale” status, waardoor de TU Delft iedere masteropleiding in theorie kan selecteren op zelf-opgestelde criteria.

Jet Bussemaker (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gaf in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer aan dat de afschaffing van de doorstroommaster niet het doel had het masteronderwijs selectiever te maken, maar ervoor te zorgen dat de wo-master als zelfstandige opleiding meer gezicht krijgt. Wo-studenten bleken bij hun masterkeuze weinig door hun instelling uitgedaagd te worden om een andere masteropleiding te kiezen en vooral voor een doorstroommaster te kiezen. Bussemaker geeft wel aan dat ze het belangrijk acht dat er voor bachelor afgestudeerden altijd een mogelijkheid is om een masteropleiding te volgen.

Brief vanuit het Interstedelijk Overleg

Het Interstedelijk Overleg (ISO), de overkoepelende organisatie van de studentenraden in Nederland, heeft onlangs middels een brief aan Jet Bussemaker en de heer Dittrich (Voorzitter VSNU) haar zorgen geuit over de mogelijkheid tot masterselectie. In de brief, ondertekend door alle universitaire studentenraden in Nederland, wordt het volgende gesteld:

“Het ISO en zijn lidorganisaties vragen zich af wat een afgeronde universitaire bachelor in de toekomst nog voor waarde heeft, als alle instellingen zullen selecteren op bijvoorbeeld eindcijfers. Het belang van de Nederlandse student met een afgeronde universitaire bachelor zien wij onvoldoende terugkomen in het huidige landelijke beleid. De lidorganisaties van het ISO zien zich genoodzaakt om, wanneer er nog geen selectie bij masters op hun universiteit is ingevoerd, geen steun te verlenen dan wel niet in te stemmen met masterselectie, wanneer er vanuit landelijk niveau geen oplossing wordt geboden.”

 In de brief worden vier zorgelijke punten aangehaald

  1. Het ontstaan van een ‘afvoerputje’: de kwaliteit van een masteropleiding komt ter discussie te staan wanneer universiteitsraden als enige niet instemmen met het invoeren van selectie. Ze vrezen dat opleidingen die als enige geen selectiebeleid kennen het ‘afvoerputje’ worden onder universiteiten.
  2. Het verkleinen van de baankansen voor de studenten: het is zeer onwenselijk dat studenten met een bachelorsdiploma niet meer door kunnen stromen naar een master. Dit gaat voorbij aan het streven van het ministerie van OCW om meer afgestudeerden met een masterdiploma op de arbeidsmarkt te krijgen.
  3. Diskwalificeren van de eigen bacheloropleiding: het invoeren van selectie impliceert dat het niveau van een corresponderende universitaire bachelor niet hoog genoeg is om naar een master door te stromen.
  4. Geen zekerheid voor de student: Er zijn momenteel niet genoeg garanties ingebouwd om ervoor te kunnen zorgen dat elke student in staat wordt gesteld om, na het afronden van een universitaire bachelor of na het afronden van een schakeltraject, een master te volgen. De studenten die een schakeltraject (premaster) hebben gevolgd en daarin hebben geïnvesteerd zijn nu alsnog niet zeker van toegang tot de aansluitende master van het schakeltraject.

Het ISO nodigt Jet Bussemaker en de heer Dittrich uit om met elkaar in overleg te treden om te bespreken hoe deze zorgen weggenomen kunnen worden.

Masterselectie aan de TU Delft

Als lidorganisatie van het ISO heeft ook ORAS de genoemde brief ondertekend. Wij staan dan ook achter de zorgen en de inhoud van de brief. Echter is de situatie voor de Technische Universiteiten anders dan voor de overige universiteiten. Als Technische Universiteit zijn we maatschappelijk verplicht ingenieurs op te leiden, waarvan Nederland nog steeds een tekort kent. De Technische Universiteit Eindhoven en Universiteit Twente, twee relevante universiteiten voor de TU Delft, hebben dan ook nog steeds de ambitie om te groeien. Dit maakt het gevaar voor het ontstaan van een ‘afvoerputje’ momenteel minder dringend. Bovendien zijn er (in de meeste situaties) meerdere masteropleidingen per afgeronde bacheloropleiding toegankelijk.

De TU Delft heeft nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te selecteren in de masteropleidingen. Deze overweging hangt ook af van een meer fundamentele vraag die speelt op de TU Delft: Moet de TU blijven groeien en toegankelijk blijven, ook als dat eventueel in bepaalde mate ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs, of moet de universiteit een meer excellente instelling worden met strengere toelatingseisen?

ORAS vind het heel belangrijk dat masters aan de TU niet alleen toegankelijk worden voor een select clubje studenten. Ook het risico dat wordt genoemd voor de studenten die schakelen achten wij zeer onwenselijk. Wel zien wij ook dat bij een aantal masteropleidingen het grote aantal studenten voor problemen zorgt, zowel de instroom vanuit de Bachelor als de instroom van internationale studenten blijft toenemen. Afgelopen Overleg Vergadering heeft ORAS een mededeling gedaan over de brief. ORAS denkt constructief mee over een oplossing voor dit probleem.

In maart 2014 heeft ORAS middels een kleine enquête de mening van bijna 200 studenten gepeild over selectie in de master. Benieuwd naar de resultaten? Kijk hier

Je kan de reacties op deze post volgen via RSS 2.0 Je kan zelf reageren, of een trackback plaatsen.