Studentenraad TU Delft
Header

Dossier: BSa

Dossier gestart op 28 oktober 2011, laatste update 20 november 2014

– Valerie de Vlam is de schrijver van dit dossier, voor meer informatie kun je contact opnemen via valerie@oras.nl

Sinds het collegejaar 2009-2010 is er op de TU Delft een Bindend Studieadvies (BSa). Het BSa is een bindend advies dat gegeven wordt aan studenten op basis van het aantal behaalde EC, studiepunten. Bij het niet halen van de gestelde puntengrens wordt de student van de betreffende opleiding uitgeschreven. In het collegejaar 2009-2010 is het BSa ingevoerd met een puntengrens van 30 EC. Met ingang van het collegejaar 2012-2013 is deze puntengrens verhoogd naar 45 EC. De Studentenraad stond niet achter deze verhoging, omdat zij van mening is dat deze grens te hoog is: uit de slagingspercentages van afgelopen jaren blijkt dat de TU Delft niet klaar is voor een dergelijke verhoging. De Studentenraad heeft hier in het collegejaar 2011/2012 een verwoede strijd over gevoerd met het CvB, maar zij had geen recht de verhoging tegen te houden en uiteindelijk heeft het CvB de verhoging toch doorgevoerd.

De maatregel BSa

De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) geeft universiteiten de mogelijkheid een bindend studieadvies (BSa) te geven aan eerstejaarsstudenten. Dit wil zeggen dat aan het advies over de voortzetting van de studie binnen of buiten de bacheloropleiding die de student volgt, een afwijzing verbonden kan worden: de student mag dan de studie die hij volgt niet voortzetten.

Iedere BSc-student moet in het eerste studiejaar van zijn BSc-opleiding een minimum aantal EC behalen uit het betreffende propedeuseprogramma om de opleiding voort te kunnen zetten. Wanneer deze norm niet gehaald is, wordt de inschrijving van de student uiterlijk per 1 oktober beëindigd. De student kan zich gedurende vier jaar volgend op het studiejaar waarover hij een BSa heeft gekregen niet voor de betreffende opleiding inschrijven.

Het BSa van 45 EC is van toepassing op alle studenten die op of na september 2012 voor het eerst in de propedeuse van een BSc-opleiding staan ingeschreven.

  1. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar hoofd- of bijstudie of naar eerste of tweede studie.
  2. Iedere student die zich ná 1 februari uitschrijft én minder dan 45 EC heeft behaald, krijgt een BSa en mag zich niet herinschrijven voor dezelfde opleiding het jaar erop.
  3. Wanneer een student vóór 1 februari uitgeschreven is van de opleiding, dan wordt hij vrijgesteld van het BSa. In de praktijk betekent dit dat de student uiterlijk 31 januari via Studielink is uitgeschreven. Wanneer de student zich het volgend academisch jaar weer voor dezelfde opleiding inschrijft, wordt hij wederom beschouwd als eerstejaars en valt dus onder de bepalingen die dan gelden voor BSa.
  4. Voor studenten die zich kunnen beroepen op persoonlijke omstandigheden op grond waarvan zij de norm niet hebben behaald en voor de studenten die zich na 1 oktober (bijvoorbeeld omzwaaiers) hebben ingeschreven en de norm niet hebben behaald kan een uitzondering worden gemaakt (zie hiervoor het kopje ‘Uitzonderingsbepaling’).

Het BSa wordt gegeven door de decaan en hij laat zich hierbij adviseren door de facultaire BSa-commissie. Formeel gezien maakt de decaan dus de beslissing, maar in de praktijk wordt het advies van de BSa-commissie (bijna) altijd overgenomen door de decaan.  De beslissing van de facultaire BSa-commissie wordt gemaakt op basis van de vier bovenstaande punten.

De TU Delft heeft het BSa ingevoerd om verschillende redenen. Eén van deze redenen is dat studenten die niet geschikt zouden zijn voor de door hun gekozen studie hierdoor eerder zouden uitvallen. De TU vond dat studenten er sneller achter moesten komen of ze met hun studie op de goede plek zaten. Vóór de invoer van het BSa was de TU van mening dat veel studenten daar alsnog te laat achter kwamen: zij vond de uitval in het tweede en het derde jaar te hoog. Het BSa zou ervoor moeten zorgen dat studenten niet meerdere jaren blijven aanmodderen, maar direct na hun eerste jaar zouden stoppen.

Daarnaast is de ervaring van de Erasmus Universiteit Rotterdam dat studenten door de invoer van het BSa niet alleen in hun eerste jaar, maar ook in de daaropvolgende jaren een hoger studietempo hebben, waardoor het studierendement hoger komt te liggen.

De verhoging van het BSa van 30 naar 45 ECTS heeft niet als reden latere uitval voorkomen, maar heeft alleen als reden het studierendement verhogen. Met de verhoging van het BSa dit jaar naar 45 ECTS is het BSa van een selecterende in een vooral studieversnellende maatregel veranderd. De TU wil hiermee bereiken dat meer studenten in vier jaar hun bachelor hebben. Een verwachte consequentie is dat hiermee ook de uitval hoger zal zijn.

Uitzonderingsbepaling

Bij de uitvoering van het BSa moet rekening gehouden worden met persoonlijke omstandigheden, zoals omschreven in de WHW. Deze omstandigheden worden toegekend als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de student, wanneer deze omstandigheden zich niet voor hadden gedaan, de norm dan wel gehaald zou hebben. Persoonlijke omstandigheden leiden dus niet op voorhand tot uitstel van het BSa.

Naast uitzonderingen voor persoonlijke omstandigheden, worden er ook uitzonderingen gemaakt voor studenten die later dan 1 oktober begonnen zijn aan een studie.

Op aandringen van ORAS is besloten de uitzonderingsbepaling uit te breiden. ORAS heeft hier op aangedrongen in verband met de verhoging van de BSa-norm naar 45 ECTS en de vernieuwingen in de curricula die op de gehele universiteit in het studiejaar 2013-2014 zullen worden doorgevoerd. Deze uitbreiding is opgenomen in puntje 2d. Meer informatie over deze vernieuwingen in het curriculum kan men vinden in het dossier Studiesucces.

Procedure persoonlijke omstandigheden:

  1. De student meldt de studieadviseur van zijn opleiding dat er sprake is van persoonlijke omstandigheden en dat de studie daar mogelijk hinder van ondervindt.
  2. De WHW verstaat onder persoonlijke omstandigheden:Bestuurslidmaatschap zoals genoemd in lid 2, is in Delft in het eerste jaar van dusdanig beperkte aard dat toekenning van persoonlijke omstandigheden op grond van bestuurslidmaatschap in het kader van het BSa niet mogelijk is, met uitzondering van het lidmaatschap van de onderwijs­commissie (OC).
    1. Ziekte, of zwangerschap en bevalling,
    2. Een lichamelijke, zintuigelijke of andere functiestoornis,
    3. Bijzondere familieomstandigheden
    4. Studievertraging die het gevolg is van de wijze waarop de instelling de opleiding feitelijk verzorgt,
    5. Een bestuurslidmaatschap
  3. Persoonlijke omstandigheden dienen zo spoedig mogelijk nadat de omstandigheid zich heeft voorgedaan gemeld te worden bij de studieadviseur. De deadline voor de eerste drie kwartalen is 1 mei en voor het vierde kwartaal 1 augustus. Voor voorvallen die in augustus plaatsvinden moet je gebruik maken van de hoorzitting. In geval van 2.4 dient de omstandigheid direct nadat deze zich heeft voorgedaan gemeld te zijn bij de betreffende opleidings-coördinator of -directeur.
  4. De student is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van uitstel BSa bij de BSa-commissie.
  5. Wanneer de commissie oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden de studievoortgang zwaarwegend hebben beïnvloed, dan kan de commissie de decaan adviseren de student uitstel van het BSa te verlenen. Dit houdt in dat de student geen negatief BSa krijgt maar in het volgende studiejaar de propedeuse moet behalen of 45 ECTS uit de propedeuse, bovenop de reeds behaalde punten.

Procedure voor inschrijvers na 1 oktober:

De BSa-commissie beoordeelt of de student die later dan 1 oktober is omgezwaaid en minder dan 45 EC heeft behaald in aanmerking kan komen voor uitstel van het BSa. Als de commissie oordeelt dat de late inschrijving zwaarwegend heeft beïnvloed, kan de commissie de decaan adviseren de student uitstel van het BSa te verlenen. Dit houdt in dat de student geen negatief BSa krijgt maar in het volgende studiejaar de propedeuse moet behalen of 45 EC uit de propedeuse, bovenop de reeds behaalde punten.

Aandachtspunten BSa

Het BSa en de verhoging ervan is helaas niet volledig probleemloos ingevoerd. Er is nog een aantal punten waar speciale aandacht naar toe moet gaan. Daarnaast is er ook een aantal adviezen dat ervoor moet zorgen dat de student niet onnodig benadeeld wordt door het BSa.

1. Een paar extra vakken volgen bij een andere opleiding: geen tweede inschrijving

Studenten die extra vakken willen volgen bij een andere opleiding, niet met het doel daar een (Propedeuse) diploma te halen en ook niet met het doel de extra vakken in te vullen als onderdeel van het studieprogramma van de hoofdopleiding, raden we af hiervoor een tweede inschrijving te nemen. Wanneer een studenten zich wel inschrijft en de opleiding als tweede opleiding opvoert, zal zij vrijwel zeker een negatief BSa krijgen, waardoor de student niet verder mag met de tweede opleiding.

2. Bijvakken en minors(als onderdeel van de eigen opleiding): geen tweede inschrijving

Ouderejaars studenten die als onderdeel van hun eigen (hoofd-)opleiding bijvakken, keuzevakken of minors volgen, raden we af hiervoor een tweede inschrijving te nemen. Het is gewoon mogelijk om vakken bij andere opleidingen te volgen met de bestaande (hoofd-)inschrijving.

3. Twee opleidingen volgen: twee inschrijvingen

Studenten die daadwerkelijk twee opleidingen willen volgen en dus ook uiteindelijk twee (Propedesue) diploma’s willen behalen, raden we aan zich voor beide opleidingen in te schrijven. Ze vallen dan wel bij beide opleidingen in het BSa-regime en dat is ook direct het probleem. Als studenten besluiten een tweede studie te beginnen worden zij benadeeld ten opzichte van andere eerstejaars, omdat het naast de hoofdopleiding bijna onmogelijk is om 45 EC extra halen.

4. Uitschrijven voor 1 februari: geen BSa

Wanneer studenten een negatief BSa krijgen in september, mogen zij zich voor dat jaar niet herinschrijven voor dezelfde opleiding. Echter, wanneer een student vóór 1 februari al uitgeschreven is van de opleiding, dan wordt hij vrijgesteld van het BSa. In de praktijk betekent dit dat de student zich uiterlijk 31 januari via Studielink moet uitschrijven. Wanneer de student zich het volgend academisch jaar weer voor dezelfde opleiding inschrijft, wordt hij wederom beschouwd als eerstejaars en valt dus onder de bepalingen die dan gelden voor BSa. Hij mag zich dus dan wel ‘herinschrijven’.

5. Hinder door persoonlijke omstandigheden: z.s.m. contact opnemen met studieadviseur

Als een student hinder ondervindt bij zijn studie door persoonlijke omstandigheden is het erg belangrijk dat deze persoonlijke omstandigheden worden gemeld bij de studieadviseur. De studieadviseur neemt deel aan de facultaire BSa-commissie die zal beslissen over het al dan niet uitstellen van het BSa, als deze commissie niet tijdig op de hoogte wordt gesteld van de persoonlijke omstandigheden, zullen de kansen op uitstel danig slinken.

Rol van ORAS/Studentenraad

Bij de invoering van het BSa zijn er drie belangrijke momenten geweest die de Studentenraad heeft aangegrepen om kritiek te geven op de plannen zoals die er toen der tijd lagen. Het eerste moment vond plaats in collegejaar 2008/2009, waar de maatregel BSa in het geheel zou worden ingevoerd. Het tweede moment, collegejaar 2010/2011, ging om een verhoging van de BSa norm van 30 EC naar 45 EC. Het derde moment heeft een jaar later plaatsgevonden en ging over de haalbaarheid van een BSa van 45 EC.

Er is toen een uitgebreide discussie geweest tussen het College en de Studentenraad. Volgens de Studentenraad was de TU nog niet klaar voor een verhoging van het BSa. Deze mening berust op de slagingspercentages die verschillende opleidingen tot dit moment hebben. Zo zou bij het doortrekken van de cijfers van dit jaar naar een BSa van 45 ECTS er bij de faculteiten 3mE en CiTG toe hebben geleid dat bijna 70% van de studenten zou uitvallen. Daarnaast was de voorlichting over het verhoogde BSa niet op orde. Het College heeft in een officieel besluit aangegeven dat een jaar voordat het BSa naar 45 EC zou gaan, hier duidelijk en helder over zou moeten worden voorgelicht. Ondanks de zorgen die de Studentenraad heeft uitgesproken, is het BSa toch verhoogd. Helaas bleek de uitspraak van het College niet bindend en kon de Studentenraad hier geen rechten aan ontlenen.

Bij de verhoging van de norm heeft ORAS wel een aantal punten bereikt die de situatie omtrent het BSa heeft verbeterd. De belangrijkste daarvan waren: een uitbreiding van uitzonderingsbepaling over onstudeerbaarheid van het curriculum (zie onder het kopje ‘Uitzonderingsbepaling’) en een vergroting van de financiële middelen die naar studiebegeleiding gaan.

Bij de invoer in 2008/2009 is er door de Studentenraad veel kritiek gegeven op de plannen die er lagen. Er zijn toen veel contactmomenten geweest tussen de Studentenraad en het College van Bestuur. Tijdens deze momenten is er veel gespard over de maatregel én met resultaat. De Studentenraad heeft indertijd twaalf randvoorwaarden opgesteld voor invoer van de maatregel en tien van deze randvoorwaarden zijn meegenomen, deze randvoorwaarden zijn hier te vinden.

Links

– Randvoorwaarden BSA 08 – 09