Studentenraad TU Delft
Header

Dossier: Voorinvesteringen

Dossier gestart op: 30 Maart 2011

– Lex Raxouz Schultz heeft dit dossier geschreven, voor meer informatie kun je altijd mailen naarLex@oras.nl.

De middelen die vrijkomen door de invoering van het studievoorschot (dus door het wegvallen van de basisbeurs), maken een flinke investering in de kwaliteit van het hoger onderwijs en daaraan gerelateerde onderzoek mogelijk. Deze middelen zijn echter pas deels vanaf 2018 beschikbaar en bouwen op tot 2030 wanneer de middelen volledig beschikbaar zullen zijn. Omdat de student die in de jaren 2015-2017 aankomt in Delft geen basisbeurs ontvangt en ook geen direct profijt heeft van de investeringen die vanaf 2018 gedaan worden, zal de TU Delft tot 2018 uit eigen reserves 6 miljoen op jaarbasis extra investeren in onderwijs. Dit worden de voorinvesteringen genoemd.

In de brief die Jet Bussemaker (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heeft geschreven over de inwerkingtreding ‘Wet studievoorschot hoger onderwijs’ worden gewenste bestedingsrichtingen op sector niveau genoemd door de VSNU en de Vereniging Hogescholen. Beide verenigingen noemen de thema’s onderwijskwaliteit, onderwijsgebonden onderzoek en (moderne) infrastructuur. Bij deze thema’s gaat het bijvoorbeeld om het aanstellen van meer docenten en lectoren, meer studiebegeleiding, meer contacturen en betere studentfaciliteiten. De investeringen kunnen per instelling verschillen, zowel wat betreft omvang als inhoud.

Dit jaar heeft de Centrale Studentenraad instemmingsrecht gekregen op de hoofdlijnen van de begroting. Het College van Bestuur is samen met de medezeggenschap in overleg gegaan om deze hoofdlijnen te definiëren. De grote lijn van de voorinvesteringen valt binnen deze hoofdlijnen. Dit betekent dat de medezeggenschap inzage krijgt in de projecten die gefinancierd worden met de voorinvesteringen en instemmingsrecht krijgt op de hoofdlijnen van de voorinvesteringen.

Halverwege 2015 is vanuit het College van Bestuur het verzoek aan faculteiten gedaan om plannen ter bevordering van het onderwijs in te dienen om aanspraak te maken op de vrijgekomen 6 miljoen. In totaal is er voor 15 miljoen euro aan plannen ingediend door de faculteiten. Eind september zijn de beste plannen uitgekozen op basis van de volgende criteria:

  1. Het gaat niet om achterstallig of regulier onderhoud van curricula;
  2. Het zijn geen plannen t.b.v. internationalisering;
  3. Positieve kijk op voorstellen die de werkdruk verlagen
  4. Positieve kijk op voorstellen die leiden tot kleinere groepen in het onderwijs en serviceonderwijs;
  5. Plannen op gebied van online/blended learning t.b.v. bachelor- en masteronderwijs versus professional education splitsen (deze laatste passen minder binnen de middelen “Wet Studievoorschot”).

De 6 miljoen is niet een op een verdeeld naar rato van het aantal studenten per faculteit er is wel gekeken naar de effectiviteit van de investering binnen de gestelde richtlijnen van de voorinvesteringen, de staf-student ratio en de aansluiting op de strategische agenda van de TU Delft. Onderstaand een overzicht van welke plannen er per faculteit toe zijn gekend.

BK: Het bestaande project om de kwaliteit van docenten te verbeteren zal worden uitgestrekt over vier jaar in plaats van drie jaar waardoor continuering van het project mogelijk blijft. De online software tutorials zullen verbeterd worden, online courses over de kerncompetenties van de faculteit zullen ontwikkeld worden en er zal worden ingezet op (professionele) blenden-learning.

CiTG: Er worden 2.5 fte docent en 9 studentenassistenten aangenomen om kleinschaliger onderwijs te bieden in het eerste studiejaar van de bachelor opleidingen met name binnen werkcolleges en practica. Er worden 2 fte docenten en 4 studentassistenten aangenomen voor het ontwikkelen, onderhouden en gebruiken van blended onderwijsvormen. Er zullen 6 fte universitair hoofddocent aangenomen worden om de overbelasting in de masters Offshore Engineering, CIE en Rail Engineering te verlichten en/of verdere groei mogelijk te maken.

EWI: Veel wiskundedocenten van de faculteit EWI doceren aan andere faculteiten. Hiervoor wordt EWI financieel gecompenseerd maar er blijft een tekort in compensatie, dit tekort wordt opgevuld met vrijgekomen middelen. Ook zal er geld worden gestoken in het verbeteren van het wiskunde onderwijs op andere faculteiten. Hiervoor zullen 2 fte docenten worden aangenomen.

3mE: Er wordt een sterke groei van de masterinstroom voorspeld voor de faculteit 3mE. Ook is het curriculum geïntensiveerd. Deze twee ontwikkelingen leiden tot een grote belasting op de docenten. Om (toekomstige) druk weg te nemen zal een nieuwe onderzoekslijn / zullen secties die masterstudenten aantrekken worden gestart: Energieopslag in brandstof, Offshore/Deep Sea/Maritime en Opto mechatronica/maakbaarheid op nano schaal.

IO: De faculteit zal 5,5 fte onderwijzend personeel werven. Hierdoor zullen er kleinere onderwijsgroepen worden gevormd, zal de individuele beoordeling toenemen en zal de onderwijsdruk van zittende medewerkers verlagen.

TNW: De faculteit gebruikt toegekende middelen direct om werkdruk binnen de organisatie te verminderen. Er zullen 3 fte geworven worden voor het versterken van de technische kant van practica, ontwerponderwijs en online onderwijs. Ook worden er 4 fte geworven voor ondersteuning van de afdeling Onderwijs en Studentenzaken.

LR: Voor de in totaal 4 afdeling die de faculteit kent zal per afdeling 2 fte wetenschappelijk personeel worden geworven om meer persoonlijke begeleiding in de masterfase te kunnen bieden en kleinere groepen op andere plekken in het onderwijs te kunnen realiseren. Verder zal er 1 fte technische staf worden aangenomen als ondersteuning in de laboratoria.

TBM: Om de werkdruk af te laten nemen en aandacht te kunnen geven aan de individuele student zullen er 4 fte docenten worden aangenomen binnen de afdeling ESS, MAS, VTI en ITAV. Ook zal er een klein deel van de vrijgekomen middelen zal besteed worden aan studentassistenten.

O&S: Vanuit Onderwijs & Studentenzaken zal er geïnvesteerd worden in meer en kwalitatief betere studiewerkplekken. Er zal een geïnvesteerd worden in een instituut waar docenten hun eigen onderwijs kunnen verbeteren. Als laatste zal geïnvesteerd worden in de participatie van Delftse studenten in het rijke verenigingsleven dat Delft kent.

Te zien is dat het grootste deel van de toegekende plannen het verlagen van werkdruk en/of kleinschaliger onderwijs als gevolg heeft. Concreet betekent dit voor de student kleinere werkcolleges en particagroepen, meer individuele aandacht en meer persoonlijke beoordeling. Daarnaast wordt er veel ingezet op de digitalisering van onderwijs bijvoorbeeld in de vorm van blended-learning en online onderwijs.

Hoewel de Studentenraad en de Ondernemingsraad de toegekende plannen zonder uitzondering goede plannen vinden en de door het College opgestelde criteria onderstrepen, was er een punt van onenigheid tussen het College van Bestuur en de medezeggenschap. De medezeggenschap was van mening dat een significant deel van de plannen niet voldeed aan het eerst gestelde criterium: Het gaat niet om achterstallig of regulier onderhoud van curricula. De Studentenraad en Ondernemingsraad vonden dat er een extra (kleinere) ronde aan investeringen moest volgen omdat een deel van de plannen volgens hen niet binnen de criteria viel en het aantal studenten aan de TU Delft dat geen studiefinanciering ontvangt per jaar stijgt. In december heeft het College van Bestuur tijdens een Gezamenlijke Vergadering toegezegd additioneel, structureel 2 miljoen op jaarbasis te gaan investeren binnen de kaders van de voorinvesteringen mits de TU Delft gezond blijft.

Kortom zal er in de toekomst waarschijnlijk een extra 8 miljoen op jaarbasis worden gestopt in het verbeteren van onderwijs aan de TU Delft. Deze zogenoemde voorinvesteringen zijn extra investeringen en bovenop de investeringen die de TU al doet in het onderwijs. De middelen zullen vooral zorgen voor kleinschaliger onderwijs en verbeterd en meer digitaal onderwijs. Uiteindelijk zal de bekostiging van deze investeringen worden gedekt door extra inkomsten voor de TU Delft vanuit het ministerie van onderwijs.

Voorinvesteringen

Opbrengsten uit studievoorschot in mln €