Studentenraad TU Delft
Header

Visie

In onderstaand document staat de visie van ORAS beschreven. Van de algemene ORAS-visie tot de visie uitgewerkt per pijler. Voor meer informatie over de ORAS-visie op een specifiek onderwerp kun je altijd contact met ons opnemen.

Indeling

  1. Globale kijk
  2. Pijlers
    1. Onderwijs
    2. Faciliteiten
    3. Ontplooiing

Globale kijk

De studentenstad Delft staat bekend om haar unieke Delftse studentencultuur. De participatie van studenten in het studentenleven is hoog. De Delftse studentencultuur kenmerkt zich door ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en een divers, zelfbewust, ondernemend en traditioneel karakter.

ORAS staat voor het behoudt van de Delftse studentencultuur, maar is bij eventuele veranderingen niet te conservatief. Veranderingen worden getoetst op hun invloed op de Delftse studentencultuur. ORAS verwacht van de TU dat ze waarde hecht aan de ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en deze actief steunt.

“De Delftse student” is volgens ORAS een begrip en met haar unieke studentencultuur onderscheidt Delft zich van andere steden. ORAS maakt zich hard voor de gemotiveerde student die actief is in het Delftse studentenleven en meer wil dan alleen studeren.

Hierbij moet worden opgemerkt dat de gemotiveerde student zich ten allen tijde kan verantwoorden voor zijn of haar studieduur.

De Pijlers

De visie van ORAS is gebouwd op drie pijlers. Goed onderwijs, goede faciliteiten en de mogelijkheid tot ontplooiing. Hieronder worden alle drie de pijlers uitgelegd.

Onderwijs

Het spreekt vanzelf dat ORAS streeft naar de hoogst mogelijke kwaliteit van onderwijs. ORAS stelt zich medeverantwoordelijk voor de informatievoorziening naar studenten toe over belangrijke discussies/gebeurtenissen die plaatsvinden aan de TU.

Een student moet op een redelijke manier een eigen planning kunnen maken. ORAS ziet leren studeren als onderdeel van het leerproces en vind dat hier rekening mee moet worden gehouden. Betrokkenheid van studenten bij de TU Delft is van groot belang. De verwachtingen van de universiteit over de student en andersom creëren een belangrijke wisselwerking.

Van de TU zelf vind ORAS dat het volgende verwacht mag worden.

Op instellingsniveau:

  1. Onderwijs op de TU moet goed aansluiten op het vooronderwijs
  2. Selectie op basis van cijfers voorafgaand aan de studie mag nooit de standaard worden
  3. Het is een taak van de TU om te wijzen op ondernemerschap
  4. De TU moet ervoor zorg dragen dat docenten goed (kunnen) presteren op onderwijsgebied.

Op studieniveau:

  1. Uitstroom na de bachelor moet zinvol zijn
  2. Curricula moeten als geheel getoetst worden op aansluiting van vakken, een realistische studielast en een goede verdeling hiervan
  3. Eisen die studenten ná het begin van hun studie weg kunnen sturen zijn verkeerd, omdat de eigen verantwoordelijkheid van de student belangrijk is en omdat deze eis de student geen tweede kans gunt. Wel moet de student op tijd ontdekken of hij op de juisteplek zit. De propedeuse heeft hierin een oriënterende functie
  4. Een masterstudent moet aan het einde van zijn studie zijn vak in het Engels kunnen uitoefenen

Op vakniveau:

  1. Docenten dienen inhoudelijk sterk te zijn en onderwijs te geven dat uitdagend en didactisch verantwoord is
  2. Docenten moeten betrokken zijn bij de student en zijn leerproces
  3. Onderwijs moet gegeven worden in afwisselende vormen passend bij docent en vak
  4. Het is van belang dat de student bewust wordt gemaakt van het nut van een vak
  5. Er moet gestreefd worden naar terugkoppeling in het onderwijs

Eisen

Het motiveren van studenten is een belangrijke waarde, maar in bepaalde gevallen is motiveren niet voldoende en moet er een eis gesteld worden.

Het kan nodig zijn eisen aan studenten te stellen met als doel:

  1. Het beschermen van de student tegen andere studenten
  2. Het niveau van een vak of opleiding te garanderen of
  3. De student te stimuleren prioriteiten te stellen.

Een belangrijke randvoorwaarde bij de invoering van een eis is dat het totale spectrum van eisen in ogenschouw wordt genomen. Opeenstapeling van eisen moet voorkomen worden. Een bandbreedte in een voortgangseis is uiterst belangrijk. Dit kan in punten of in tijdsverschil tussen ‘kunnen voldoen’ en ‘moeten voldoen’ aan de eis. Een eis moet op de meerderheid van de studenten een positieve uitwerking hebben. Het is belangrijk dat eisen zich richten op de juiste doelgroep en dat hier duidelijk onderscheid in wordt gemaakt. Het moet de gemotiveerde student niet tegenwerken. Het is belangrijk dat er altijd een uitwijkmogelijkheid is. Een voortgangseis kan een serie onduidelijke voorkenniseisen vervangen, als dit de eenduidigheid naar de student vergroot. Een eis moet ook bijdragen aan de studeerbaarheid. Eisen nemen af naar het einde van de studie.

Faciliteiten

Universitaire faciliteiten ondersteunen het onderwijsproces. Studentendecanen en studentenpsychologen moeten makkelijk bereikbaar zijn voor de student. Een goed studiebegeleidingssysteem heeft als doel het maximale uit de student te halen en aan te geven of een student op de juiste plek zit. Het is belangrijk dat de studiebegeleiding goed aansluit op de wensen van de student en bereikbaar, bekend en kwalitatief goed is. Goede studiebegeleiding is een randvoorwaarde waaraan de TU moet voldoen wil zij eisen kunnen stellen aan de student. Studiemateriaal moet van kwaliteit, betaalbaar en op tijd beschikbaar zijn. Een toegankelijk kennisarchief is waardevol voor de universitaire gemeenschap. De campus moet een levendige, veilige, bereikbare en inspirerende omgeving zijn, die mensen aanzet tot studeren en die plezierig is om in te verblijven. Studenten moeten de mogelijkheid hebben om op de TU te studeren en werken, zo stimuleren studenten elkaar en wordt de wijk levendiger. Studenten moeten worden gestimuleerd om in Delft te gaan wonen. Het is belangrijk dat er voldoende betaalbare woonruimtes voor studenten zijn in Delft.

Ontplooiing

De TU moet rekening houden met het feit dat een goede planning niet per definitie overeen komt met het standaardcurriculum. Een student moet op tijd weten of hij of zij op de goede plek zit. De propedeuse is hier een indicatie van. Een goede planning zet vakken in juiste volgorde, geeft prioriteit aan struikelvakken en houdt rekening met de lange termijn.

Studie en ontplooiing zijn niet altijd te combineren. Een student moet in beide tijd kunnen steken en de verhouding zelf bepalen op de korte termijn. Uiteindelijk moet je doel als student echter blijven om af te studeren en de lange termijn planning moet daarop gericht zijn.

ORAS pleit voor inzet van de TU voor ontplooiende activiteiten van studenten. Ontplooiing kan worden onderverdeeld in verschillende categorieën:

  1. studie (extra vakken, honours track, Nuna)
  2. werk (betaald/onbetaald)
  3. vereniging (sport, cultuur, studievereniging, studentenvereniging)
  4. buitenlandervaring

De TU Delft wil een complete en breed georiënteerde student afleveren. Ontplooiende activiteiten zijn een goede manier om dit te realiseren. Eisen die het studenten onmogelijk maken aan ontplooiende activiteiten deel te nemen, keurt ORAS daarom af. Het beleid van de TU Delft op het gebied van eisen mag niet tegenstrijdig zijn met het beleid dat ontplooiende activiteiten stimuleert. Eisen mogen studenten redelijkerwijs niet tegenhouden om deel te nemen aan activiteiten met een parttime bestuurslast (zoals bijvoorbeeld Facultaire Studentenraad).

Daarnaast is ook het leren studeren en op kamers wonen is een deel van de ontwikkeling van een goede TU-student. Niet alle studenten combineren van het begin af aan studie en extra-curriculaire activiteiten met succes, dit hoeft niets te zeggen over de kwaliteit of de potentie van de student. Studenten die hierdoor in het begin van hun studie vertraging oplopen, moeten niet gehinderd worden in de rest van hun studie.

Van de student wordt verwacht dat deze tijdens elke periode in zijn of haar studententijd actief investeert in zijn of haar ontwikkeling tot academicus en/of andere studenten ondersteunt en zodoende eventuele vertraging kan verantwoorden naar zijn of haar medestudent, de universiteit en de maatschappij.